Sluiten

MIT-Haalbaarheidssubsidie

Voor wie?

MKB-bedrijven die een ontwikkelingsproject overwegen

Wanneer aanvragen?

Vóór 12 april 2022

Bijdrage:

40% van de totale projectkosten, tot € 20.000 subsidie.

 

Korte omschrijving:

Bevindt u zich in de allereerste fase van een ontwikkelingstraject? Bent u wellicht van plan binnenkort te  starten met een ontwikkeling maar houden onzekerheid wat betreft economische en technologische haalbaarheid u nog tegen? Dan kan een MIT-haalbaarheidsproject uitkomst bieden. Middels de MIT-regeling kunt u subsidie krijgen voor het uitvoeren van een haalbaarheidsstudie. Het doel van een dergelijke studie is het gedetailleerd en gestructureerd in kaart brengen van de economische en technische risico’s en kansen van een voor ogen staande ontwikkeling om te bepalen of het project überhaupt rendabel en haalbaar is. Op deze wijze kan een rationele en verstandige beslissing genomen worden om het project uit te gaan voeren dan wel af te blazen. Activiteiten die horen bij een haalbaarheidsstudie zijn bijvoorbeeld marktonderzoek, octrooionderzoek, het in kaart brengen van concurrentie en mogelijk bestaande technologische alternatieven e.d. Deze activiteiten mogen door uzelf worden uitgevoerd of u mag hiervoor iemand inhuren. Tevens kan onder de noemer van een MIT-haalbaarheidsproject een deel prototyping plaatsvinden, om zo de technische haalbaarheid en risico’s beter in kaart te brengen.

Belangrijkste aanvullende voorwaarden:

Projecten die worden uitgevoerd binnen de MIT-instrumenten (MIT-haalbaarheidsstudies en MIT-samenwerkingsprojecten) moeten passen in de door het kabinet geformuleerde ‘missies’ van het missiegedreven topsectorenbeleid. Deze missies zijn breed geformuleerd en wij kunnen u helpen bij het bepalen van of en hoe uw project mogelijk onder één van deze missies te vatten is. Uiteraard nemen wij ook graag de gehele subsidieaanvraag voor onze rekeningen, waarbij we u volledig en van begin tot eind ondersteunen in dit traject.

Achtergrond MIT-regeling.

DE MIT-regeling is onderdeel van het Nederlandse topsectorenbeleid. Dit beleid is na de financiële crisis van 2008 in het leven geroepen om de verschillende actoren van het innovatiesysteem – kennisinstellingen, overheden en bedrijfsleven – dichter bij elkaar te brengen en de samenwerking ertussen te verbeteren. Met name een speerpunt van dit beleid was en is het stimuleren van bedrijven om te investeren in onderzoek aan universiteiten, waardoor het grote innovatiepotentieel van universiteiten beter benut en meer op de markt betrokken kan worden. Sinds 2020 is hier nog een extra dimensie aan toegevoegd met het ‘missiegedreven topsectorenbeleid’. Niet alleen moeten alle neuzen van de verschillende actoren van het innovatiesysteem één richting opstaan, ook wil de overheid deze richting zelf sturen door z.g. ‘missies’ te formuleren waarop de verschillende actoren zich gezamenlijk kunnen richten. Het is de bedoeling dat deze missies een tweezijdig mes vormen. Enerzijds worden met deze missies maatschappelijke ambities  geformuleerd – zoals het streven naar een volledig circulaire economie of het gezonder ouder worden – en dragen innovaties in deze kaders dus direct bij aan door de overheid gestelde beleidsdoelen. Tegelijkertijd zijn deze maatschappelijke uitdagingen niet louter een Nederlands probleem maar zien landen wereldwijd zich voor dezelfde uitdagingen geplaatst. Vandaar dat innovaties die bijdragen aan dergelijke doelstellingen inherent een groot marktpotentieel hebben. De overheid hoopt dan ook met het missiegedreven topsectorenbeleid twee vliegen in één klap te slaan en zowel maatschappelijke problemen op te lossen als economische groei te stimuleren.

De MIT-regeling is het ‘MKB-onderdeel’ van het missiegedreven topsectorenbeleid. Met deze regeling wordt het MKB gestimuleerd om bij te dragen aan het volbrengen van de verschillende missies. De twee onderdelen van de MIT – MIT-haalbaarheidprojecten en MIT-samenwerkingsprojecten – vereisen dan ook dat projecten bijdragen aan het behalen van de missies. Deze missies zijn nauwkeurig maar zeer breed geformuleerd, en wij kunnen u helpen bij het bekijken of en hoe een bepaald project onder een bepaalde missie te vatten is. 

Een ontwikkelingstraject bestaat altijd uit verschillende fases. In den beginne is er vaak een vaag en nog onscherp omlijnt idee dat nog alle kanten op kan. Dit idee wordt verder uitgewerkt en de economische kansen en technische risico’s worden al dan niet expliciet in kaart gebracht. Het idee en daarmee de planning van het traject krijgen hierdoor vastere vorm. Een ontwerp wordt opgesteld en wellicht dat van enkele subsystemen proefopstellingen worden gebouwd. Mits succesvol, kan er dan een gedetailleerd ontwerp worden opgesteld van een integraal prototype. Dit prototype zal eerst in een gecontroleerde omgeving worden getest en verbeterd, en na verloop van tijd zal ook gekeken worden naar het functioneren ervan in reële omstandigheden. Wanneer het einde van de technische ontwikkeling in zicht komt, zullen de pijlen ook op marktintroductie gericht worden. Bij een goede relatie kan wellicht een eerste prototype ondergebracht worden zodat de markt bekend kan raken met het product en de vraag (hopelijk) kan worden aangewakkerd.

De twee MIT-regelingen beslaan verschillende onderdelen van dit hele traject. De MIT-haalbaarheidsregeling beslaat met name het eerste deel van een ontwikkelingstraject waarbij de slagingskansen, het potentieel en de risico’s van een ontwikkeling in kaart worden gebracht, eventueel m.b.v. de bouw van enkele proefopstellingen of eerste prototypes. De MIT-R&D-samenwerkingssubsidie beslaat met name de fase hierna, van het bouwen van een volledig functioneel prototype tot aan marktintroductie toe.