Sluiten

Innovatiebox

Heeft u vanaf 2010 een S&O-verklaring ontvangen? Dan kunt u projecten die een S&O-activum voortbrengen (immateriële activa die voortkomen uit een S&O-project) onderbrengen in de innovatiebox. Dit levert u namelijk een aanzienlijk (extra) belastingvoordeel op.

Voor de winst die u behaalt met uw S&O-activum, betaalt u als ondernemer dan namelijk niet het normale vennootschapsbelastingtarief van 19 – 25 procent, maar slechts 7 procent. Vanaf 1 januari 2021 zal dit tarief worden verhoogd naar 9 procent. De voordelen die u behaalt met het immaterieel actief moeten in belangrijke mate zijn toe te rekenen aan het immaterieel actief (> 30%) en groter zijn dan de voortbrengingskosten, de zogenaamde boxdrempel. Dit betekent dat u de voortbrengingskosten van immateriële activa niet hoeft te activeren om de innovatiebox te kunnen gebruiken. De voordelen die u met die activa hebt behaald, komen echter pas in de innovatiebox als ze uitkomen boven de drempel van de totale voortbrengingskosten van die activa.

De innovatiebox wordt toegepast bij de aangifte Vennootschapsbelasting (Vpb). De Belastingdienst heeft aangegeven dat ondernemers die deze faciliteit willen toepassen, in overleg kunnen treden met de contactpersoon van hun belastingregio om te komen tot een afspraak (beschikking) over de toe te passen boxruimte. In overleg met de Belastingdienst wordt dan bepaald welk gedeelte van de winst exact aan de eigen innovatie is toe te schrijven. Op basis daarvan kan veelal een vaststellingsovereenkomst (ruling) voor meerdere jaren worden getroffen.

Onderscheid tussen grote en kleine ondernemingen:

Voor kleine ondernemingen blijft de S&O-verklaring gelden als voorwaarde voor toepassing. Kanttekening hierbij is wel dat alleen een octrooi of kwekersrecht niet langer voldoende is. Dit komt doordat ervoor gekozen is om in alle gevallen te eisen dat de innovatie is voortgevloeid uit S&O-activiteiten.

Er is sprake van een kleine onderneming wanneer de groepsomzet maximaal € 50 miljoen bedraagt. De omzet uit intellectuele eigendom van de belastingplichtige zelf bedraagt maximaal € 7,5 miljoen. Voor beide bedragen gaat men uit van een vijfjaars gemiddelde.

Grotere ondernemingen moeten naast een S&O verklaring ook beschikken over:

1.    een octrooi of kwekersrecht;

2.    een vergunning voor het in de handel brengen van een medicijn;

3.    het activum heeft de vorm van programmatuur;

4.    een met 1 tot en met 3 samenhangend immaterieel activum.

Manier waarop het voordeel dat in de innovatiebox valt berekenen:

De overheid wil kunnen bepalen of een belastingplichtige onderneming voldoende aanwezig is in Nederland (substance vereiste).

Bij het berekenen van winst die in de innovatiebox valt, worden de uitgaven ten behoeve van de ontwikkeling van het immateriële activum (R&D) bekeken. Wanneer blijkt dat een deel van deze kosten zijn uitbesteed aan gelieerde partijen, kan dit tot gevolg hebben dat een deel van de aan het immateriële activum toerekenbare winst niet in aanmerking zou kunnen komen voor de innovatiebox (nexus-benadering).

Daarnaast is er sprake van een overgangsregeling. Voor immateriële activa die uiterlijk op 30 juni 2016 zijn voortgebracht geldt het overgangsrecht.

Voorwaarde is dat de belastingplichtige voor een dergelijk activum uiterlijk in het boekjaar waar 30 juni 2016 in valt, kiest voor toepassing van de innovatiebox. De werking van het overgangsrecht heeft tot gevolg dat de innovatiebox, zoals die gold op 31 december 2016, van toepassing blijft op deze activa. Het overgangsrecht eindigt voor boekjaren die uiterlijk eindigen op 30 juni 2021.

Activa die vóór 1 januari 2017 zijn voortgebracht en waarvoor aan de belastingplichtige een octrooi of kwekersrecht is verleend komen ook in aanmerking voor het overgangsrecht. Als voor de ontwikkeling hiervan geen S&O-verklaring is afgegeven, zou de innovatiebox niet van toepassing zijn. Deze activa worden op grond van het overgangsrecht aangemerkt als kwalificerende immateriële activa. Daardoor kwalificeren deze activa na afloop van het hiervoor beschreven overgangsrecht voor de aangepaste innovatiebox.

Voor immateriële activa die zijn voortgebracht voor 1 januari 2017, maar waarvoor vóór 1 juli 2016 nog geen octrooi of kwekersrecht is verleend, geldt tevens het overgangsrecht. Deze activa kwalificeren voor het nieuwe regime als het octrooi of kwekersrecht is verleend.

Alle bestaande vaststellingsovereenkomsten (VSO’s) waarin afspraken over de toepassing van de huidige innovatiebox zijn opgenomen komen in beginsel te vervallen. In een VSO is de ontbindende voorwaarde opgenomen dat bij relevante wetswijzigingen de VSO komt te vervallen. De innovatiebox zal voor kleinere belastingplichtigen in veel gevallen ook voor de immateriële activa die na 30 juni 2016 zijn voortgebracht onverkort van toepassing blijven. Voor deze belastingplichtigen zal daarom uit doelmatigheidsoverwegingen bij beleidsbesluit onder voorwaarden worden goedgekeurd dat de ontbindende voorwaarde in de bestaande VSO die betrekking heeft op de huidige innovatiebox niet wordt toegepast.

Belastingplichtigen die een nieuwe VSO overeen willen komen, zullen dit moeten afstemmen met de Belastingdienst. Ondanks extra capaciteit is het waarschijnlijk niet mogelijk begin 2017 alle nu bestaande VSO’s opnieuw af te sluiten.

Indien u de innovatiebox al toepast of wil toepassen in uw aangifte vennootschapsbelasting 2016 adviseren wij u te bekijken in hoeverre u gebruik kunt maken van de overgangsregeling tot en met 2021. U moet er daarbij vanuit gaan dat de nieuwe regeling in ieder geval zal gaan gelden voor nieuwe innovaties voortgebracht vanaf 1 juli 2016.

Er zijn verschillende methoden (zie hieronder) waarmee u het percentage van de met een S&O-project gegenereerde winst kunt bepalen wat u vervolgens mag plaatsen in de innovatiebox. Het exacte toe te rekenen percentage dient u in samenspraak met de belastingdienst vast te leggen in een zogenaamde ruling.

Berekeningsmethoden

Afpelmethode

Uitgangspunten:

• R&D belangrijk voor bedrijfsvoering (‘kernfunctie’);
• Gehele winst of identificeerbaar deel winst komt voort uit R&D;
• R&D-werkzaamheden worden ondersteund met S&O-verklaring

Berekeningsmethode:
• Verdelen commercieel bedrijfsresultaat over verschillende functies

Costplusmethode

Uitgangspunten:
• R&D ondersteunende rol voor bedrijfsvoering (‘routinefunctie’);
• R&D-activiteiten leiden tot immaterieel activum;
• R&D-activiteiten worden ondersteund met S&O-verklaring.

Berekeningsmethode:
• Totale investering in R&D-activiteiten jaarlijks bepalen
• Afslag: (niet leidend tot immaterieel actief/ niet ondersteund met S&O-verklaring)
• Eenmalige procentuele beloning (range 10%-30%)

1-activum methode:

Per immaterieel activum kan worden gekozen voor toepassing innovatiebox
• Alleen winstgevende immateriële activa onder innovatiebox brengen
• Functionele analyse toepassen op toegerekend resultaat

Forfaitaire berekening:

Daarnaast kan sinds 2013 worden gekozen voor een forfaitaire berekening. In dat geval mag  25% van de winst toegerekend worden aan de innovatiebox. Daarbij hoeft geen drempel in acht te worden genomen. De forfaitaire berekening is overigens gemaximeerd op € 25.000 per jaar. U mag het forfait toepassen in het jaar waarin u het immateriële activum voorbrengt en in de twee volgende jaren.

Neem voor meer informatie contact op met Prosuma via info@prosuma.nl of via 040 235 01 61.